
Een openbaring is hoogstpersoonlijk.
Een openbaring brengt een totale maar tijdelijke opheffing van twijfel en angst
teweeg. Het is een afspiegeling van de oorspronkelijke vorm van communicatie
tussen God en Zijn scheppingen, en gaat gepaard met het uiterst persoonlijke
scheppingsgevoel dat soms in lichamelijke relaties wordt gezocht. Lichamelijke
intimiteit kan het niet tot stand brengen (T1.II.1:1-3)
In het Tekstboek, hoofdstuk 1 spreekt de Cursus over openbaring. Dit is een ervaring waarbij wij in rechtstreekse communicatie staan met God. Hoewel openbaring niet wordt voorgesteld als iets waar je naar op zoek moet gaan, komt ze wanneer wij er klaar voor zijn. In de Cursus lezen we meermaals: de ervaring van een openbaring is een “intense’”of “hoogst persoonlijke” ervaring.
Het is dus absoluut geen onpersoonlijk beeld, het is hoogst persoonlijk. Wij leven en vertoeven in Zijn Glimlach want God kent ons. We voelen ons gekoesterd door Zijn Glimlach. We zijn gelukkig en bewust van Zijn liefdevolle goedkeuring en Zijn tedere zorg voor ons. God is geen onpersoonlijke Kracht, noch is onze relatie met God bedoeld als een onpersoonlijke relatie. God is met ons, in ons en rondom ons. We zijn doordrongen van Zijn persoonlijke intense Liefde.
De vereniging van God met Zijn scheppingen — die wij in de openbaring ervaren — is wat wij in de fysieke vereniging met anderen trachten te herscheppen en na te bootsen. Mensen proberen soms datzelfde gevoel van eenheid of heelheid te vinden in fysieke of seksuele relaties. Maar dat gevoel van Goddelijke eenheid of openbaring kun je niet bereiken via lichamelijke intimiteit.
Een fysieke of seksuele verbinding kan er misschien een glimp van geven, maar het is niet hetzelfde. Een openbaring is een moment waarop je je één voelt met de eenheid in God. Al je angst en twijfel verdwijnen op dat ogenblik, en het laat je de oorspronkelijke, zuivere verbinding tussen God en jou als Zijn schepping ervaren. Misschien denk je dat dit gevoel op de intens diepe intimiteit lijkt die mensen soms zoeken, maar lichamelijke relaties kunnen die spirituele ervaring nooit vervangen of tot stand brengen.
Een openbaring met God is een onmiddellijke en rechtstreekse ervaring van Gods aanwezigheid, waarin het gevoel van afscheiding wegvalt. Het is geen gedachte, geloof of inzicht dat door de denkgeest kan worden voortgebracht, maar een ervaring van kennis. Je “weet" eenvoudigweg zonder twijfel dat God IS en dat jij één bent met Hem. Het zorgt er ook voor dat al je twijfels en angsten in dat moment even totaal verdwijnen. Je voelt in dat moment dan ook een volledig vertrouwen en vrede, al duurt dat gevoel, door zijn tijdelijke aard, meestal niet erg lang. Zo’n openbaring lijkt op de manier waarop God oorspronkelijk met Zijn scheppingen communiceerde — direct, zuiver, zonder woorden, vanuit onvoorwaardelijke liefde en in volledige verbinding. Het is dus een herinnering aan die pure, oorspronkelijke heilige verbintenis tussen God en Zijn Zoon. Tijdens een openbaring kun je een diep gevoel van verbondenheid en scheppingskracht ervaren, iets dat heel intiem en zeer persoonlijk is.
De Cursus zegt dat een openbaring ons tijdelijk optilt uit de wereld van waarneming en ons in direct contact brengt met God. Waarneming behoort tot de wereld van het ego en is daarom altijd beperkt; openbaring behoort tot de kennis van God en is volkomen zeker. Openbaring corrigeert niets en leert niets. Zij toont eenvoudig wat altijd waar is. In werkelijkheid bestaat er niets persoonlijkers dan onze relatie met God. Elke andere vorm van intimiteit is nietig in vergelijking met de intimiteit tussen God en Zijn scheppingen.
Belangrijk is ook dat een openbaring niet noodzakelijk spectaculair hoeft te zijn. Veel mensen denken daarbij aan visioenen, stemmen of bovennatuurlijke verschijnselen. Een openbaring kan juist heel stil zijn: een diepe innerlijke zekerheid, een onbeschrijfelijke vrede of een ogenblik waarin alle grenzen van het persoonlijke ego-zelf lijken op te lossen.
Al onze relaties in de droom zijn ‘voorbestemd’ om heilige relaties te worden, en elk van hen heeft slechts tot doel ons de ware graad van intimiteit en persoonlijkheid aan te leren die ook in onze relatie tot God bestaat:
Je staat voor eeuwig in een relatie die zo heilig is dat ze eenieder oproept de eenzaamheid te ontvluchten en zich met
jou in je liefde te verbinden. En iedereen moet wel zoeken waar jij bent, en jou daar vinden (T15.VIII.3:8-9).
De heilige relatie weerspiegelt de ware relatie die de Zoon van God in werkelijkheid met zijn Vader heeft.
(T20.VI.10:1).
De openbaring dat de Vader en de Zoon één zijn zal mettertijd tot iedere denkgeest komen. Toch wordt dat tijdstip
door de denkgeest zelf bepaald, en niet onderwezen.(WdI.158.2:8-9).
Gods intens persoonlijke openbaring is het doel van onze spirituele reis en het doel van het leven zelf en van al onze inspanningen en al ons streven.
De vrede van God is mijn enig doel,
het streven van heel mijn leven hier,
de bestemming die ik zoek, mijn doelstelling,
mijn functie en mijn leven,
zolang ik verblijf waar ik niet thuisbehoor .
(WdI.hVI.205.1:3).
Reine Van Dyck.
