De dolfijn in de woestijn

De dolfijn in de woestijn

 

Er was eens een dolfijn die leefde in de oceaan. De oceaan was onmetelijk groot en gaf de dolfijn alles wat zijn hartje begeerde. De dolfijn was volmaakt gelukkig in de oceaan en af en toe sprong hij uit pure vreugde boven het water uit en dan voelde hij even de droge lucht en de warmte van de zon. Op een dag vroeg de dolfijn zich af of er ook een plek zou bestaan waar geen oceaan was maar alleen maar droge lucht en de warmte van de zon. En hoe dat daar dan zou zijn?

En op dat moment was hij in zijn verbeelding in de woestijn. Hij lag op een hoge zandduin. Achter hem was het strand en de oceaan en voor hem lag een woestijn. Zo ver als het oog reikte zag de dolfijn niets dan duinen en zand. Nog even keek hij achterom en twijfelde hij. Zou hij niet gewoon terug gaan naar de oceaan en daar lekker blijven, in zijn natuurlijke element ? Hij was daar toch volmaakt gelukkig ? Maar het onbekende avontuur was te verlokkelijk. Vol plezier liet hij zich van de duin afglijden. Dit was een hele nieuwe ervaring en de dolfijn kirde van plezier. Beneden aangekomen begon hij vol goede moed aan de beklimming van de volgende duin. Met behulp van zijn flippers en zijn staart werkte hij zich omhoog. Het was zwaar werk en hij voelde zich nogal onbeholpen in het zand maar het vooruitzicht om straks weer vol plezier van het duin af te kunnen glijden maakte het de moeite waard. En zo ploeterde hij de hele dag tegen zandduinen op om zich er aan de andere kant weer af te laten glijden en merkte hij niet dat hij verder en verder van de oceaan verwijderd raakte. Als hij boven op een duin lag kon hij haar al lang niet meer zien en eigenlijk dacht hij ook helemaal niet meer aan haar, zo ging hij op in zijn spel en de uitdagingen van zijn nieuwe omgeving. Ook had hij niet door dat de zon zijn huid schroeide en hij vol krassen zat van het zand. Hij ging maar door en door tot de zon achter de horizon verdween en het plotseling donker werd. De nacht was gevuld met sterren en het werd ijzig koud. Rillend lag de dolfijn ineengekropen in het zand waaraan hij nog de laatste restjes warmte van de zon probeerde te onttrekken en voor het eerst begon hij zich af te vragen of het wel zo’n goed idee was geweest om de oceaan te verlaten. Angstig en bibberend viel hij in slaap.

 

De volgende dag werd het al snel weer heet en de dolfijn merkte dat zijn huid erg begon uit te drogen. Hij besloot zo snel mogelijk zijn spoor terug te volgen naar de zee. Maar hij was nog niet begonnen met het beklimmen van de eerste duin of een wind stak op. De wind blies de fijne zandkorrels tegen zijn huid. Harder en harder ging het waaien en op het laatst was er alleen nog maar zand dat striemend langs zijn huid werd geblazen. De dolfijn kon zijn ogen niet open houden en besloot te blijven waar hij was tot de zandstorm over zou zijn. Drie dagen en nachten bleef hij daar zo liggen terwijl de zon en de maan en de sterren aan zijn zicht werden onttrokken. Er was alleen maar zand. Zand en wind..

 

Op de vierde dag ging plotseling de wind weer liggen. De dolfijn keek om zich heen en alles leek veranderd te zijn. Wanhopig speurde hij rond om te zien of er toch nog iets van zijn spoor naar de oceaan terug te vinden zou zijn. Maar de zandstorm had alles weggeblazen. Welke kant moest hij nu op ? Hij had geen flauw idee! Uiteindelijk besloot hij op goed geluk een richting te kiezen die hem hopelijk terug naar huis zou brengen. En zo begon hij opnieuw de zandduinen te beklimmen en liet hij zich er aan de andere kant weer afglijden. Maar van het plezier van een paar dagen geleden was niet veel meer over. Zijn huid was rood en zat vol schrammen en krassen. Hij voelde nu de hitte van de zon en de droogte van de lucht en de inspanning van het tegen de duinen opworstelen, die hem meer en meer uitputten. De dagen en de nachten regen zich aaneen. Weken gingen voorbij en maanden en jaren en na verloop van tijd had de dolfijn geen idee meer hoe lang hij zich al in de woestijn bevond. Alles wat er nog was was het zand en de droge lucht en het branden van de zon en uiteindelijk vervaagde zelfs de herinnering aan de oceaan.. En zo worstelde hij zich doelloos door de woestijn. Af en toe kwam hij een andere dolfijn tegen. Net als hij gehavend door het branden van de zon en het schuren van het zand. Zonder richting. Zonder doel. Ronddolend door de eindeloze woestijn.

 

Toen, op een dag, vond de dolfijn een rots, waar heel langzaam een druppeltje water uit sijpelde. Verrukt ving hij het op en probeerde zijn hele lichaam er van te doordrenken. Hij huilde van ontroering, dat hij weer wat water had gevonden. Maar het was slechts een druppeltje en voor hij het wist was het verdampt en voelde hij zich weer net zo uitgedroogd als daarvoor. Maar toch was er iets veranderd. In hem was een sprankje hoop tot leven gewekt. Een klein stemmetje dat hem zachtjes aanmoedigde om door te gaan; op zoek naar meer water. En zo ging hij voort. Met iets meer vastberadenheid en een ietsje lichter gemoed.

 

Weer gingen er jaren voorbij, waarin hij af en toe een rots vond waar een druppeltje water uit sijpelde. Niet vaak. Maar net genoeg om hem gaande te houden. Om de hoop levend te houden dat er ergens iets beters was. Dat er ergens een plek was waar hij thuis hoorde..

 

En op een dag trof hij een wijze oude dolfijn. Deze vertelde hem: je bent helemaal niet in de woestijn, dat heb je je allemaal maar verbeeld. In werkelijkheid ben je in de oceaan. Een oneindige zee van water! Je hoeft je alleen maar te herinneren hoe dat is, waar je werkelijk bent en dan ben je weer terug! Wanhopig probeerde de dolfijn zich voor te stellen hoe dat zou zijn, een oneindige hoeveelheid waterdruppels. Maar het lukte hem niet. Diep in zijn hart voelde hij wel dat de wijze oude dolfijn gelijk had. Maar alleen maar heerlijk water, zo veel als je maar wilde, zonder het branden van de zon en zonder de krassen van het zand, dat was meer dan hij zich voor kon stellen. Zo’n ideaal leventje bestond toch zeker alleen in dromen ?

 

En weer zwierf hij jaren door de woestijn, zijn hoofd vol twijfels en verwarring over wat de wijze oude dolfijn hem had verteld. Tot het op een dag bewolkt werd. Dikke grijze wolken pakten zich samen boven zijn hoofd. En toen begon het te regenen ! Verrukt liet de dolfijn zich door de plassen rollen en hij probeerde zo veel mogelijk druppels op te vangen. “Ik ben thuis !” riep hij uitzinnig van vreugde. “Ik ben in de oceaan !”. Net zo lang ging hij door, roepend, springend en schaterend van de lag, tot het stopte met regenen. De wolken losten weer op en terug kwam de brandende zon. De dolfijn bleef zo lang mogelijk in het modderige zand liggen tot het laatste beetje water was verdampt. Al wat hem restte was een laagje opgedroogde modder op zijn huid. En alles was weer zand, droge lucht en het branden van de zon. Maar de dolfijn wist het nu zeker; de oceaan bestaat echt ! En eens zal ik mijn thuis terugvinden.

 

Met hernieuwde moed vervolgde hij zijn zoektocht door de woestijn. In zijn hart was hoop. Maar er was ook nog steeds verdriet. Diep van binnen voelde hij een knagend gevoel van verdriet over een verlies, zo groot dat hij het amper kon bevatten. Overmand door dit verdriet liet de dolfijn zich tegen een duin zakken en langzaam welde de tranen op in zijn ogen. Hete tranen drupten van zijn wangen in het droge zand. Hij huilde en huilde en huilde tot, midden in zijn verdriet, hij opeens zijn eigen tranen zag. Water ! Dacht de dolfijn. Voorzichtig likte hij een paar tranen op. Zout ! De Oceaan !! De oceaan is gewoon in mij ! Heb ik haar al die tijd hier buiten lopen zoeken terwijl ze gewoon in mij is ! Met die gedachte viel de dolfijn al snel in slaap. En de volgende morgen werd hij wakker in de oceaan. Alles was weer zoals het altijd was geweest; hij was vervuld van een oneindige vreugde en gelukzaligheid. En zijn avontuur in de woestijn leek nog slechts een boze droom..

 

© Chris Jousma

 

 

Uitleg bij het verhaal:

 

In een Cursus in Wonderen wordt er vanuit gegaan dat wij ons in werkelijkheid nog steeds bij God bevinden. Dat ons ware Zelf nog steeds één is met God. Dit moet wel zo zijn per definitie omdat God oneindig en al-omvattend is en er dus niets werkelijks buiten God is. Dat wij een andere ervaring hebben komt doordat wij ons - in gedachten - van God hebben afgescheiden (vergelijk het verhaal van de zondeval uit de bijbel of dat van de verloren zoon). Aangezien God pure liefde is, betekent niet-God niet-liefde. Als je je afscheidt van God kom je dus in het domein van niet-liefde oftewel schuld en angst.

 

Een andere benadering is die van de (non)dualiteit. Eerst was er alleen volledige eenheid (met God en Al-wat-is). Door de - denkbeeldige - afscheiding ontstond er opeens dualiteit; Ik en God. Door jezelf buiten God waar te nemen moet je je opeens wel heel klein en kwetsbaar voelen. Als daar ook nog schuld bij komt omdat je denkt iets vreselijks gedaan te hebben door je af te scheiden en de angst dat God je zal straffen voor dit verraad (herinner je dat je nu in het domein van de niet-liefde bent waar dit soort gedachten 'als vanzelf' ontstaan) ontstaat de neiging om je voor God te verstoppen wat de afscheiding allleen maar dieper maakt. Vanuit dit mechanisme zijn heel de wereld en het universum ontstaan. Anders dan bij voorbeeld het Christendom gaat ECIW er dus niet vanuit dat God onze wereld heeft geschapen (anders zou hij wreed zijn wat per definitie niet kan want God is volmaakte liefde) maar dat wij die 'bedacht' hebben, in ons streven onze daad van afscheiding te vergeten en van God weg te vluchten. Deze wereld wordt dus - net als in het Hindoeïsme en in het Boeddhisme - niet als werkelijk gezien maar meer als een soort nachtmerrie waaruit wij dienen te ontwaken.

 

Willen wij weer terug naar huis/God/de Liefde dan dienen wij de omgekeerde weg te bewandelen; niet langer ons te laten leiden door de stem van de angst (het ego) maar door de stem van de Liefde (ons hart, Jezus, de Heilige Geest). Door één voor één onze angsten in het licht te zetten, oftewel ze te doorzien voor wat ze werkelijk zijn (namelijk foutieve gedachten over wie of wat wij zijn) kunnen we uiteindelijk de waarheid leren kennen over ons ware Zelf (de Godsherinnering) wat automatisch zal resulteren in de ervaring dat wij één zijn met God/de Liefde/Al-wat is en zal alles weer zijn zoals het altijd is geweest..

 

Volgjehart.eu