De werkelijke betekenis van Kerstmis

De werkelijke betekenis van Kerstmis



Al 20 eeuwen vieren we jaarlijks de geboorte van Christus. Telkens opnieuw wensen wij elkaar een ‘vrolijk kerstfeest’, veel ‘Liefde, licht en vrede’, maar begrijpen we wat Kerstmis wérkelijk betekent? We zoeken originele en leuke teksten, schrijven kerstkaarten en trachten zo goed mogelijk onze wensen te formuleren. Terwijl ik op zoek was naar een tekst voor mijn wenskaarten viel het mij op dat mijn focus eerder lag op het schrijven van “een mooie en originele tekst” dan over de werkelijke betekenis van Kerstmis.


Om die reden wil ik hierbij toch even stilstaan. Jezus laat ons in de Cursus hierover het volgende weten:


      Dit is de tijd van het jaar waarin je mijn geboorte in de wereld pleegt te vieren. Maar je weet niet hoe je dit moet doen. (T15.X.1:5-6)


Het is uiteraard niet zijn bedoeling ons daarover schuldig te laten voelen, maar ons eerder aan het denken te zetten en een alternatief aan te reiken. Hij heeft het hier niet over de commerciële kant van Kerstmis, het kerstdiner, de geschenken, de kaartjes of over de kerstboom en de kerstman. Als student van de Cursus zien we zelf ook in dat dit allemaal niets te maken heeft met de viering van zijn geboorte. Misschien wil Jezus ons tonen dat we iets essentieels over het hoofd zien, en niet goed weten hoe we zijn geboorte moeten vieren. Wat bedoelt hij precies? Wat wil hij ons leren? Laten we dit even verder uitzoeken:


      Dit is de tijd van het jaar waarin je mijn geboorte in de wereld pleegt te vieren. Maar je weet niet hoe je dit moet doen.

      Laat de Heilige Geest jou onderwijzen, en laat mij door Hem heen jouw geboorte vieren. (T15.X.1:5-7)


Hier draait Jezus het hele verhaal om. Kerstmis is niet meer het vieren van zijn geboorte, maar het vieren van onze geboorte, door hém. Wij hebben onze focus dus steeds naar buiten gericht, op het aanbidden van het kerstkind buiten ons, op een gebeurtenis van tweeduizend jaar geleden, in plaats van op iets dat NU in óns plaatsvindt.


Als Cursusstudent herkennen we deze omkering als: al wat we buiten ons op anderen projecteren, wordt steeds weer keurig — als onbewust stuk van ons zelf — naar ons terug gekatapulteerd. Zoals altijd gaat het over ons, omdat wij zelf verlossing nodig hebben, wij dienen onze waarneming te verschuiven om ons zelf te bevrijden.


Is het dan de bedoeling dat we nu kerstkaarten gaan schrijven in de zin van: ‘Wij wensen jullie een gelukkige wedergeboorte’ of ‘Gefeliciteerd met jouw wedergeboorte’, of ‘Een zalige innerlijke kerst’ of ‘Gezellige verlossingsdagen’? Zingen we dan van: ‘kom laat ons onszelf aanbidden’, of ‘Nu zijt wellekome diepste zelfje teer’? Of begrijpen we opeens dat wanneer we zingen ‘Hoe leit dit kindeke hier in de kou’, dat het gaat over het feit dat we onszelf voortdurend in de kou zetten?


Moeten we de traditionele vormen dan afschaffen of ze alleen voor onszelf een nieuwe inhoud geven? Laten we kijken wat de Cursus ons vertelt en proberen erachter te komen wat Jezus met onze geboorte bedoelt:
      

       Het teken van Kerstmis is een ster, een licht in de duisternis. Zie het niet buiten jezelf, maar stralend in de Hemel van binnen,

       en neem het aan als het teken dat de tijd van Christus is gekomen. (T15.XI.2:1-2)


Opeens gaat het om de geboorte van Christus in ons. Om het herkennen van ons ware Zelf. Mochten we misschien twijfelen aan onze mogelijkheden om dit te realiseren, Jezus doet dat niet, want hij zegt: “Het ligt in jouw vermogen deze tijd van het jaar heilig te maken, omdat het in je vermogen ligt te zorgen dat de tijd van Christus nú is.”(T15.X.4:1)


De tijd van Christus is Jezus’ herformulering van de Kersttijd. Hij zegt: “Het is het heilig ogenblik waarin we de ander zonder schuld kunnen zien en hem en onszelf zo onze onbegrensde macht teruggeven” (T15. X.2:1-2). “Het is een tijd van gezamenlijkheid" (T15. X.1:10) "waarin we samen vrede vieren door van niemand een offer te eisen” (T15.XI.8:2). “Deze tijd is bestemd voor de gave van vrijheid die we ieder aanbieden door die zelf te aanvaarden” (T15. X.3:6-7). En dan gaan we ook de boodschap van deze tijd zien: “dat wij in niets zijn misdeeld” (T15.XI.8:3-4). "Er past dan alleen maar vreugde. En zo wordt de communicatie hersteld met elkaar en met God” (T15.XI.8:5).


Kortom het is een tijd waarin we dankzij het onschuldig kind dat we in de ander zien samen vrede, vreugde en vrijheid vieren, en zo ons ware Zelf terugvinden. Een mooie omschrijving van wat Kerstmis zou kunnen zijn en tegelijk een goede samenvatting van het gedachtegoed van de Cursus.


Maar hoe doen we dat, hoe laten we die tijd van Christus NU plaatsvinden? Hoe laten we de Christus in ons geboren worden? Eigenlijk is de vraag onjuist, want het gaat niet over iets dat wij moeten doen, maar eerder iets wat we toestaan om in ons te laten gebeuren. Er wordt van ons bereidwilligheid en openheid gevraagd, geen actie! Jezus geeft ons de volgende aanwijzing:
    

      Verbind je in deze (kerst)tijd, waarin de geboorte van heiligheid in deze wereld wordt gevierd, met mij die de keuze

      voor heiligheid voor jou heeft gemaakt. (T15.III.7:1).


We hoeven het dus niet zelf en ook niet alleen te doen, want dat kunnen we ook niet. We hoeven ons slechts zonder (ego)angst te verbinden met Jezus, want met ons ego kunnen we dat niet. Angst en liefde kunnen niet samengaan. Kiezen we voor Jezus, dan kiezen we absoluut tégen het ego. Dat is wat Jezus ons vraagt. Daarna wordt hij specifieker: “Het is onze gezamenlijke taak de gastheer die God voor Zichzelf heeft aangesteld het besef van grootheid te doen hervinden.” (T15.III.7:2). Die gastheer dat zijn wij. We doen het samen met hem die de weg naar heiligheid al kent en ons is voorgegaan, en die tegelijkertijd ook ziet dat we ons besef van grootheid, als de gastheer van God, zijn kwijtgeraakt.


Het besef van onze grootheid is hetzelfde als de herinnering aan ons ware Zelf, aan Christus in ons. We geloven niet in onze grootheid, maar in het tegendeel daarvan: “Jij die kleinheid hebt gezocht en gevonden, onthoud dit: iedere beslissing die jij neemt komt voort uit wat jij denkt dat je bent, en weerspiegelt de waarde die jij jezelf toemeet.” (T15.III.3:3). Voor ons is het makkelijker om te zeggen: ‘laat mij maar klein wezen’, dan ‘laat mij maar groot wezen’. We zijn bang voor onze kracht en hierin zit een grote ego-valstrik: enerzijds verleidt het ego ons tot hoogmoed en tegelijkertijd laat het ons merken dat dit iets vreselijks is om te doen. De prijs die wij daarvoor betalen is schuld en schaamte, als het ego wordt doorprikt en we ons letterlijk blootgeven. En door dit ego-spelletje met schijnbare ‘grootheid’, verliezen we het contact met onze ware grootheid die volgens ons nu ook besmet is. Daarnaast is het gewoon beangstigend om in je ware grootheid te gaan staan. We denken vanuit het ego dat we dat niet aankunnen en dat is een vergissing. We denken, zoals gewoonlijk, dat we het allemaal zelf in ons eentje moeten doen. Maar dit gaat niet over mij, als ego. Daar komen alle reacties van schroom, twijfel en afweer vandaan, die in wezen
zijn gericht op het ontkennen van mijn grootheid.


Eigenlijk wil ik niet meedoen aan het spelletje van ego-hoogmoed, waardoor ik elke erkenning van grootheid verwar. Er is een tegenstrijdigheid in vervat. Het is net zoals met het ontvangen van complimenten, we verlangen ernaar en als we ze krijgen zwakken we ze af. Dat heeft te maken met hoe we diep vanbinnen over onszelf denken, de waarde die we onszelf toe-eigenen. We vinden onszelf geen grootheid waardig. Jezus zegt echter het tegendeel: ‘Leer dat jij de Vredevorst, geboren in jou ter ere van Hem wiens gastheer jij bent, beslist waardig bent.’ (T15.III.8:4). Maar iets in ons blijft hardnekkig in onwaardigheid geloven. En zo kleurt ons zelfbeeld al onze beslissingen, ons hele leven lang, en staat het de ervaring van de geboorte van Christus in ons in de weg.


Gelukkig is het omgekeerde meteen ook waar: wanneer de Christus in ons geboren wordt, verdwijnt ons valse zelfbeeld: “In het aangezicht van de grootheid die in jou leeft, lossen je povere zelfwaardering en alle kleine giften die je geeft op in het niets.” (T15.III.8:7) Het licht schijnt de duisternis weg en waarheid maakt de illusie ongedaan. Wij hoeven niet de strijd aan te gaan met onze ‘armzalige zelfwaardering’, maar slechts de Heilige Geest toe te staan namens ons onze grootheid te aanvaarden. Want dan komt de uitnodiging om in onze grootheid te gaan staan.


      Mijn geboorte in jou is jouw ontwaken tot ware grootheid. Verwelkom mij niet in een kribbe, maar aan het altaar voor heiligheid,

      waar heiligheid in volmaakte vrede verblijft. (T15.III.9:5-6)


We hebben elkaar nodig om onze eigen grootheid te zien. Als je licht uitbreidt, en het wordt gezien, valt het moeilijk je grootheid nog langer te ontkennen. Anderen kunnen het alleen maar in ons waarnemen wanneer zij er in zichzelf contact mee hebben. De Cursus beschrijft dikwijls de ervaring dat we in de ander onze eigen zondeloosheid kunnen zien. Het is het principe dat geven en ontvangen één zijn.
We bevrijden elkaar voortdurend én gelijktijdig ook onszelf. Dat is onlosmakelijk met elkaar verbonden.


      Geef deze Kerstmis de Heilige Geest alles wat jou pijn zou doen. Laat jezelf totaal genezen, opdat jij samen met Hem anderen mag

      genezen, en laten we samen onze bevrijding vieren door iedereen met ons te bevrijden. (T15.XI.3:1-2).


De pijn is de erkenning dat we oordelen wanneer iemand anders in zijn of haar grootheid gaat staan. We wantrouwen de oprechtheid hiervan. Wanneer ik mijn eigen grootheid aanvaard, kan ik deze pijn naar het licht brengen. Zo simpel werkt het: wat je niet in jezelf kunt zien, zie je ook niet in de ander, wat je in de ander niet ziet, zie je ook niet in jezelf. Daarom geef je steeds aan jezelf. Verlossing gebeurt voor beiden gelijktijdig.


Weten we ondertussen al hoe we Kerstmis moeten vieren? De volgende Werkboekles vat het nogmaals samen. De heilige Christus is vandaag in mij geboren.


      "Waak met mij, engelen, waak met mij vandaag. Laat al Gods heilige Gedachten mij omringen, en wees stil met mij nu de

      hemelse Zoon   geboren is. Laat aardse klanken bedaren en de beelden die ik gewend ben verdwijnen. Laat Christus verwelkomd

      worden waar Hij thuis is. En laat Hem de klanken horen die Hij begrijpt en enkel de beelden zien die Zijn Vaders Liefde tonen.

      Laat Hem hier niet langer een vreemde zijn, want vandaag is Hij in mij opnieuw geboren." (WdII.303.1)


Tot slot kan ik nu vanuit mijn hart mijn kerstwens als volgt omschrijven:



                Laat ons nu in stilte God herinneren
                Onze eenheid met Christus en onze broeders bestendigen
                Allen omringen met licht en liefde
                Aan vrede en vreugde komt geen eind
                Wanneer we aan iedereen het wonder schenken
                Door vandaag Gods Woord te aanvaarden
                Dan zal wereldwijd iedereen weer ontwaken
                En anderen inspireren vanuit innerlijke kracht
                Laten we hand in hand de waarheid aan het licht brengen
                En ons verbonden bewustzijn samen versterken tot een wereld van eenheid.



Vreugdevolle en liefdevolle Kerst, elke dag opnieuw!




                                                                                                                                                 Reine Van Dyck