Kerstboodschap

Kerstboodschap

 

 

De kersttijd nadert weer en laat een heleboel uitgeputte en teleurgestelde mensen met de vraag worstelen: “Hoe kan ik aan deze tijd van het jaar werkelijk betekenis geven?” Voor diegene die met spiritualiteit bezig zijn luidt deze vraag echter misschien: “Hoe kan ik deze hectische en vaak inhoudsloze dagen tot heilige dagen maken?” Mijn jarenlange ervaring met de Cursus nodigde mij uit om hier bij stil te staan en het vanuit het gedachtegoed van de Cursus te bekijken. Het antwoord op mijn vraag vond ik in het boek van Helen Schucman: “The Gifts of God” onder de titel: “De Heiligheid van Kerstmis.”

 

De Heiligheid van Kerstmis.

 

Kerstmis is alleen maar heilig

als je in stilte tot de kribbe komt,

om je heiligheid te aanschouwen

die voor jou zichtbaar werd gemaakt.

Je geschenken zijn niets anders dan je open handen

die gezuiverd zijn van hebberigheid.

Niets anders dat je voor de nieuw geborene neerlegt

dan je twijfels en je angsten,

je bleke illusies en je zieke trots,

je verborgen venijn en je kleinzielige liefde,

je magere schatten en gebrek aan vertrouwen,

in alle geschenken die God jou gaf.

Hier op het altaar, leg ze allen opzij

om de poort tot de Hemel zich wijd te laten openen

en de engelen te horen zingen van vrede op aarde,

want Kerst is de tijd van je wedergeboorte.

Uit “The Gifts Of God”

Helen Schucman

 

Dit gedicht roept bij mij opnieuw een beeld op dat we maar al te goed kennen, namelijk dat van het Christuskind in de kribbe en het brengen van geschenken als eerbetoon voor zijn heiligheid. Maar terwijl dit bekende verhaal gebruikt wordt, geeft Helens gedicht er een nieuwe en verrassende wending aan. Daardoor schetst het een andere visie over de bedoeling van Kerst, een visie die misschien in staat is betekenis en zelfs heilgheid te verlenen aan onze vermoeide en hectische kerstperiode.

 

Het gedicht van Helen bevat zoveel elementen dat het goed is om er even bij stil te staan. De eerste woorden “Kerstmis is alleen maar heilig als ...” De kersttijd is niet op zich heilig. Ze is helemaal niets vanuit zichzelf. De tijd zelf, en elk deel ervan, is wat wij ervan maken. Deze tijd van het jaar is daarom alleen maar heilig als we besluiten haar voor een heilig doel te gebruiken. Haar heiligheid of onheiligheid ligt in onze handen, of beter gezegd in onze denkgeest. Ook de Cursus bevestigt dit gegeven: “Het is in jouw macht om deze tijd van het jaar heilig te maken” (T15.X.4:1).

 

Hoe kunnen we onze kracht gebruiken om deze dagen heilig te maken? Door de kribbe in stilte te benaderen. Bij de meeste afbeeldingen van de figuren in de kerststal zijn alle gezichten op het kindje in de kribbe gericht en worden door zijn uitstraling verlicht. Ze hebben bijna allemaal dezelfde lege en uitdrukkingsloze starende blik. Ze kijken naar iets dat geen menselijke emotie oproept. Het lijkt alsof hun geest in de lichtstralen van de nieuwgeboren vastgehouden wordt, leeg gemaakt van alle gewone dagelijkse gedachten en gevoelens, enkel vervuld met dit heilige licht. Ze zijn als aan de grond genageld, alsof ze nog urenlang door zouden kunnen gaan om naar dit wonder bewegingsloos en in stilte te kijken.

 

Dit is het gevoel dat het gedicht van Helen in mij oproept, alsof ik niet alleen maar woordeloos de kribbe benader, maar stil in de diepste zin: leeg van al mijn plannen en voornemens, vrij van al mijn vooroordelen en overtuigingen, volledig ontvankelijk voor de stralende werkelijkheid van dit kind en wat het mij laat zien.

 

Wat zul je zien als je op zo’n manier de kribbe nadert? We weten dat de bezoekers naar de kribbe komen om de heiligheid van het kindje te eren. Hoewel dit een mooie gedachte is draagt het niet werkelijk ons fundamentele denksysteem uit. In een wereld waar iedereen onheilig lijkt te zijn kunnen we ons gemakkelijk voorstellen dat ergens, op een dag, een volstrekt uniek kind zal verschijnen, geboren met de taak om deze onreine plaats te verlossen.

 

Maar het gedicht van Helen wijst erop dat, als je in ware diepe stilte naar de kribbe komt, je iets ziet dat niet in het traditionele beeld past, iets volledig onverwachts, iets dat het fundament van je geloofssysteem doet schudden. “Je aanschouwt je heiligheid die voor jou zichtbaar werd gemaakt”. Je ziet dat de heiligheid van het kind, dat zo puur en zuiver is en zo ver van je onheilige gewoonten verwijderd, in wezen jouw heiligheid is. Zou het kunnen dat je, onder je ego, in alle opzichten even heilig bent als dit kind? En zou het kunnen dat hij enkel kwam om je heiligheid zichtbaar te maken, zodat je ogen haar kunnen aanschouwen en jouw ongelovige wantrouwige denkgeest zijn heiligheid kan accepteren?

 

Volgens deze benadering gaat dit tafereel niet over de aanbidding van het kind. Het is bedoeld als een duidelijke manifestatie om te kijken naar wat jij in wezen werkelijk bent. En dit is daadwerkelijk een andere manier om Kerstmis te zien. Denk eens aan al die kerstverhalen die het Jesuskindje prijzen. Is er ook maar één bij die het kindje afschildert als een stille lofzang voor ons?

 

Stel je voor dat jij je in die donkere stal bevindt, leunend over de kribbe, en in eerbied en verwondering kijkt naar het stralen van het Jezuskind. Terwijl je het heilig kind nu voor je ziet, fluister je tegen jezelf: “Dit is mijn heiligheid die voor mij zichtbaar werd gemaakt”.

 

Je geschenken zijn niets anders

dan je open handen die gezuiverd zijn van hebberigheid.

 

Is dit geen ongewoon idee: “Je geschenken zijn niets anders dan je open handen.” Hoe kunnen open handen geschenken zijn? Onze geschenken zijn toch dat wat wij in onze handen hebben? Lege handen zijn geen geschenk, ze zijn het teken dat je juist vergeten bent er een mee te nemen. Je handen behoren gevuld te zijn met iets passends voor een koninklijk kind, in ieder geval iets kostbaars zoals goud of wierook. Maar dit kind is echter niet gekomen om geprezen of overladen te worden met dure geschenken, het is gekomen om te geven. Het wil niets voor zichzelf. Zijn enig doel is om jouw heiligheid aan jou te onthullen. Zijn enig verlangen is om zichzelf in jou geboren te vinden.

 

En wat weerhoudt je er dan van om je van je heiligheid binnen in jou bewust te zijn? Het feit dat jij je vasthoudt aan de betekenisloze gaven van deze wereld. Met elke bescheiden euro, lekkere taart of strak lichaam waar je naar vastgrijpt, bevestig je dat je een armoedige bedelaar bent, beroofd van de rijkdommen van de heilige Aanwezigheid van je Vader in je hart.

 

Daarom zijn jouw geschenken aan het Jezuskind je lege handen, die nu zijn schoon-geveegd na het strelen van je armzalige wereldse schatten. Zie jezelf nu nogmaals voor de kribbe. Kijk naar je handen en zie in hen enkele van de dingen in je leven waar je naar gegrepen en gezocht hebt. Bedenk hoe weinig werkelijk geluk ze voor je gebracht hebben. Stel je vervolgens het geluk voor dat voor jou mogelijk is als dit kind in jou geboren wordt. Met dit in gedachten laat je deze geschenken uit je handen glippen. Laat nu aan het Jezuskind jouw lege handen zien. Ze zijn jouw geschenk aan hem. Jouw lege handen zijn het bewijs dat niets tussen jou en de gaven staat die het Jezuskind jou aanbiedt.

 

Niets anders dat je voor de nieuwgeborene neerlegt

dan je twijfels en je angsten,

je bleke illusies en je zieke trots,

je verborgen venijn en je kleinzielige liefde,

je magere schatten en gebrek aan vertrouwen

in alle geschenken die God jou gaf.

 

Deze zin geeft eveneens een heel andere wending aan de traditionele manier van het neerleggen van de geschenken voor het Christuskind. Ten eerste bracht je hem niets dan je lege handen. Nu leg je een lange lijst voor hem neer van de meest lelijke dingen die de menselijke denkgeest maar kan bevatten. Wat voor geschenken zijn dit? Waarom zou het heilig kind deze dingen waarderen? Omdat hij niets voor zich-zelf wil. Hij wil enkel je vrijheid, en deze dingen vormen je boeien. Door ze aan hem te geven heb jij je ervan bevrijd, en dat is het enige geschenk dat hij van je vraagt.

 

In een van de meest ironische opmerkingen in de Cursus wordt dezelfde gedachte over Kerstmis tot uitdrukking gebracht: “Geef deze kerst alles wat je zou kwetsen aan de Heilige Geest” (T15.XI.3:1). Wat vreemd om dit aan God te geven! Het is normaal gezien toch de bedoeling om geschenken en lof over God uit te storten. Er wordt van ons verwacht dat we onze meest dierbare dingen aan Hem geven, want door ons tot lijdens toe voor Hem op te offeren, laten we zien hoe zeer we van Hem houden. Daarentegen wil Hij noch onze lof noch onze schatten. Hij wil onze meest duistere gedachten, onze geheimen. Waarom? Omdat onze duisternis aan Hem geven betekent dat we ze hebben losgelaten, en de enige gave die Hij wil is onze bevrijding van deze ketenen. Hier hebben we eindelijk waarachtig een God zonder ego, die noch lof noch opoffering wil, maar alleen maar ons geluk. Hier is een God die niet krijgen maar enkel geven wil.

 

Verplaatsen we ons met onze gedachten nog eens even voor het Jezuskind in de kribbe. Laten we dan kijken hoe we de waarheid in twijfel getrokken hebben. Als we ons vervolgens realiseren dat we met deze twijfels onze denkgeest vastketenen, laten we dan deze kettingen als geschenk voor de kribbe neerleggen.

 

Laten we onze angsten onderzoeken. Ze zijn uiteindelijk niet overbodig gebleken, maar zou het niet goed aanvoelen om je er nu van te bevrijden? We zullen onze angsten als een klein en donker hoopje beschouwen dat we voor de kribbe neerleggen. Laat ons nu naar onze ziekelijke trots kijken. Hebben we niet ons hoofd over anderen verheven en ons als ‘de betere’ beschouwd om ons echt aan hen te binden? We begrijpen nu dat we gelukkiger zouden zijn als we met hen op gelijke voet verbonden zouden zijn, en we zetten deze dof geworden kroon af en leggen haar neer als het volgende geschenk

 

Laten we nu ons verborgen venijn in ogenschouw nemen. Hebben we geen boos-aardige gedachten achter deze glimlachende façade gekoesterd en die geuit toen de ander zich even omdraaide? En heeft dit venijn ons niet met schuld en schaamte overladen? Laten we daarom onze giftanden tonen als een ander onbetaalbaar geschenk dat het Jezuskind gelukkig in ontvangst neemt.

 

Laten we naar onze begrensde ‘liefde’ kijken. Was die niet begrensd door onze voorwaarden, om afhankelijk te zijn van ontvangen plezier en van onze grillen waaraan gehoorzaamd moest worden? We willen niet langer deze kleinzielige liefde, want ze heeft ons van de werkelijke Liefde afgehouden. Laten we haar dus als een klein verschrompeld hartje aan het Christuskind aanbieden.

 

Laten we ons nu de dingen herinneren die we eerder uit onze handen hebben laten varen, de magere schatten waar onze handen eerst naar zochten. Laten we ze oprapen waar we ze hebben neergelegd, en ze ook tot geschenken maken voor het heilig kind om te laten zien dat we er niet meer naar verlangen.

 

Tot slot zullen we over de waardevolle geschenken nadenken die God ons gaf en hoe weinig we ons bewust waren van hun werkelijke waarde, hoe weinig we er ten volle gebruik van hebben gemaakt. Dit noemt Helen in het gedicht het “gebrek aan vertrouwen in alle geschenken die God je gaf”. Laten we dit zien als een gebarsten huwelijksring en terwijl we hem afstaan, maken we het tot ons uiteindelijk geschenk voor het Christuskind.

 

En terwijl we al onze gaven “voor de nieuwe geborene neerleggen” realiseren we ons dat deze geschenken veel waardevoller zijn dan al het goud, wierook en mirre van de wereld.

 

Nu komen we tot het laatste deel van het gedicht:

 

Hier op het altaar, leg ze allen opzij

om de poort tot de Hemel zich wijd te laten openen

en de engelen te horen zingen van vrede op aarde.

Want Kerst is de tijd van je wedergeboorte.

 

Zolang de stapel van “geschenken” in je verblijft, wordt een eeuwenoude poort belemmerd om open te gaan. Nu “leg ze allen opzij”, en terwijl je dat doet ervaar je iets wat alleen maar Goddelijke openbaring genoemd kan worden. Je ziet de Hemelpoort wijd voor je opengaan en je verwelkomen. Binnen in zijn rijk van licht hoor je de eeuwige gezangen der engelenkoren. Je hoort “de trompetten van de eeuwigheid weergalmen in de stilte, maar zonder haar te verstoren” (T28.I.12:4). Je gaat naar een staat van Zijn die niet van deze wereld is, maar die toch meer thuis voelt dan wat dan ook.

 

Wat de engelen van vrede op aarde zingen is een verwijzing naar de engelen die de geboorte van Christus aan de herders verkondigden. Maar deze keer is het anders bedoeld. We verkondigen niet de geboorte van Christus als Jezus. En jij bent niet een van de herders. De engelen verkondigen de geboorte van de Christus in jou. In het Jezuskindje heb je “je heiligheid aanschouwd die voor jou zichtbaar werd gemaakt.” Blijmoedig heb je alles weggegeven dat hem belette om jouw heiligheid aan jezelf te onthullen. Nu is hij in jou herboren, nu ben jij zijn zichtbaar gemaakte heiligheid voor de wereld geworden. Nu ben jij het Christuskind.

 

We hebben nu het einde bereikt van het prachtige gedicht van Helen en kunnen we zien hoe anders deze zienswijze van Kerstmis is. Traditiegetrouw dachten we dat kerst met de geboorte van de zuigeling Jezus te maken had, dat we hem moesten vereren, geschenken aanbieden en liedjes voor hem zingen. Maar misschien hebben we ondertussen de ware betekenis van kerst over het hoofd gezien. Volgens Het gedicht van Helen is Kerstmis niet bedoeld om het Jezuskindje als uniek en heilig wezen te prijzen en uitzonderlijke geschenken aan zijn voeten neer te leggen. Het is bedoeld om het Jezuskindje als zichtbaar symbool van onze heiligheid te zien. Het is de bedoeling om alle innerlijke duisternis die ons ervan weerhoudt onze heiligheid te kennen aan hem te geven. Het volgende citaat uit de Cursus drukt eveneens deze nieuwe zienswijze van Kerstmis uit:

 

Dit is de tijd van het jaar waarin je mijn geboorte in de wereld pleegt te vieren. Maar je weet niet hoe je dit moet doenLaat de Heilige Geest jou onderwijzen, en laat mij door Hem heen jouw geboorte vieren. (T15.X.1:5-7)

 

We wisten niet hoe we deze geboorte moesten vieren. We slaagden er niet in te beseffen dat hij onze loftbetuigingen niet nodig heeft. Hij kwam om onze Goddelijkheid te onthullen. Hij wil onze geboorte vieren. We kunnen de kribbe nu naderen vanuit werkelijke stilte, vrij van onze oude ideeën over kerst, zonder vooroordelen over wie we zijn en gezuiverd van alle kleingeestige gedachten. In deze gewijde stilte kunnen we uiteindelijk herkennen wat het Christuskind ons altijd al wilde tonen.

 

De kersttijd zal ons ontelbare kansen bieden om op deze manier naar de kribbe te komen. In deze tijd van het jaar worden we overspoeld met het herdenken van kerst: door reclame, kerstverlichting, kerstmuziek, geschenken en kerstboodschappen. En terwijl deze hele stroom op ons afkomt ontdekken we vaak dat onze handen naar allerlei magere schatten grijpen en dat ons denken met angst en verborgen boosheid is vervuld. Stel je eens voor hoe deze tijd getransformeerd zou kunnen worden als we voor de kribbe zouden staan en deze gedachten herhalen:

 

Dit kindje is mijn heiligheid die voor mij altijd zichtbaar werd gemaakt.

Laat me aan dit kind mijn lege handen geven en al mijn duistere gedachten,

opdat ik zijn heiligheid in mezelf mag kennen.

Want Kerstmis is de tijd van mijn wedergeboorte.

 

 

Reine Van Dyck