De macht om te beslissen

 

De macht om te beslissen.

De macht om te beslissen is de enige vrijheid die jou als gevangene van deze wereld rest.

Je kan ervoor kiezen haar op de juiste manier te zien”.(T12.VII.9:1-2)

 

Toen ik wakker werd was één neusgat verstopt. Onmiddellijk is er de reflex van neus snuiten, en merken dat het niet helpt. Dus: ik heb een verkoudheid. En, ja, zoeken naar wat de oorzaak kon zijn. De dag voordien had ik, bij het leren zwemmen op de aanwijzingen van kleindochter Ilaisa, water binnengekregen via mijn neus. Weinig aangenaam. Dat volgens mij “vuile water” zal het geweest zijn. Of neen, wacht eens, Nico was ingegaan op mijn suggestie om een sterk geurend product te gebruiken om de oven te reinigen. De geur prikkelde sterk mijn slijmvliezen en ik was naar boven gegaan.

Ik barstte in lachen uit. Echt ego. Kies maar uit. En vooral, vind niet. Gek hoe een mens hier intrapt en erin meegaat en het macht geeft om te vernietigen en wanhopig te maken. Of: “Het (ego) zal je kwellen zolang je leeft.(T12.VII.13:5) Het inzicht dat ik, weer eens, oplossingen aan het zoeken was in egogebied, werkte wel bevrijdend.

IK heb de macht om ànders te beslissen. Ik hoef me niet te laten meesleuren in dit oorzaak-gevolg-gedoe. Ik kan die verstopte neus met liefde bekijken, net zoals al mijn gedachten hierover. Als ik hier aan begin, weet ik nooit wat voor moois mij te wachten staat.

Benieuwd?

De gedachte over dat “vuile” water. De toevoeging “vuil” komt van mij. Ik wantrouw. Ik voel me onveilig. “Elke dag, elk uur, elke minuut val jij de werkelijkheid aan en dan ben je desondanks verbaasd dat je die niet kunt zien.”(T12.VIII.1:3)

Zo lang ik mijn focus leg op mijn toevoeging “vuil” kan ik mezelf geen liefde geven. Ik blijf vasthangen aan iets wat onwerkelijk is. Ik identificeer mij met onveiligheid. “Alles wat jij buiten jou aanschouwt, is een oordeel over wat jij vanbinnen hebt aanschouwd”.

Ik heb mij dus vergist. Ik vergeef mezelf, en kom aanwezig IN die veiligheid die ik ben. Er komt ontspanning in mijn lichaam. En nu pas zie ik dat, wat me 30 jaar geleden al aanzette om niet meer te zwemmen, nl. vuil water, gewoon wegvalt. “Door niets (=vuile water) voor jou tot werkelijkheid te maken, heb je het gezien. Maar het (= vuile water) is er niet.”(T12,VIII.6:99-10)

 

De gedachte in verband met de sterke geuren brengt me opnieuw bij de overtuiging dat ik niet veilig ben. “Je keek naar het onwerkelijke en vond wanhoop” (T12.VIII.7:6). Opnieuw beslis ik om me toe te vertrouwen aan de gedachte dat ik veilig BEN. “Wat God jou niet gegeven heeft, heeft geen macht over jou, en de aantrekkingskracht van liefde tot liefde blijft onweerstaanbaar.” (T12.VIII.7:10)

De gedachte dat ik veilig BEN is liefdevol.

Als ik kies voor liefdevolle gedachten word ik vrij van mijn zogezegde gevangen zijn in deze wereld.

Ik adem vrij door beide neusgaten. Dat merk ik pas enkele uren later op. Door me te richten op liefdevolle gedachten zat ik niet meer vast aan de waarneming van die neus.

 

Toen jij zichtbaar maakte wat niet waar is, werd wat wel waar is voor jou onzichtbaar. Toch kan het op zichzelf niet onzichtbaar zijn, want de Heilige Geest ziet het met volmaakte helderheid. Het is onzichtbaar voor jou omdat jij naar iets anders kijkt. Maar de herinnering van Hem licht op in jouw denkgeest en kan niet worden uitgewist. Je hoeft slechts te vragen om die herinnering en je zult je herinneren. (T12.VIII.3:1-3, 4:7 en 5:1)

 

Enkele dagen later heb ik een verkoudheid. Ik laat ze toe zoals ze is. Ik herinner me opnieuw dat ik veilig BEN. Die herinnering blijft, om het even hoeveel onaangenaams het niezen en de verstopte neus met zich brengt.

 

 

Lieve Michels