Leven in een wereld van chaos

Leven in een wereld van chaos



Hoe kunnen wij met het gedachtegoed van Een Cursus in Wonderen leven in deze

chaotische wereld die elke dag nog krankzinniger lijkt te worden? Ook deze gedachten

heb ik vele jaren gehad, tot ik vanuit het gedachtegoed van de Cursus naar deze wereld

begon te kijken. Het is niet eenvoudig om waar te nemen en daar niet over te oordelen.

Velen stellen zich dagelijks de vraag hoe we in godsnaam in deze wereld kunnen blijven

overleven. Zullen we ooit kunnen begrijpen waarom er zoveel aanvallen, rampen en

oorlogen in de wereld zijn die steeds maar heviger en genadelozer lijken te worden?


De reden voor chaos in deze wereld moeten we niet buiten, maar in onszelf zoeken. Een aanval buiten ons is gelijk aan — of een weerspiegeling van — de aanval op onszelf. Maar zelfs als we dat zouden begrijpen willen we dat dan ook weten, horen, zien, geloven én aanvaarden? Het is veel gemakkelijker om anderen de schuld te geven in plaats van de oorzaak bij onszelf te zoeken.


In de Cursus kunnen we daarop wel een duidelijker antwoord vinden in Hoofdstuk 23 van het tekstboek onder: “De wetten van chaos”. Deze wetten vertellen ons hoe wij in deze wereld, deze ellende in onze denkgeest bedenken.

Dit zijn de vijf wetten van chaos:


   1. De waarheid is voor iedereen anders.
   2. Iedereen moet wel zondigen en verdient daarvoor een aanval en de dood.
   3. Als God Zich niet vergissen kan, moet Hij het geloof van Zijn Zoon in wat hij is wel accepteren en hem daarom haten.
   4. Je gelooft dat je in bezit hebt wat je van anderen genomen hebt.
   5. Er is een substituut voor liefde.



                                      *****************************************



1.  De eerste chaotische wet zegt: “De waarheid is voor iedereen anders”.


Het eerst wonderprincipe zegt ons dat er geen rangorde bestaat in illusies:


     Wonderen kennen geen rangorde naar moeilijkheid. Het ene is niet ‘moeilijker’ of ‘groter’ dan het andere. Ze zijn allemaal 

     gelijk. Alle uitingen van liefde zijn maximaal. (T1.I.1-4)


Toch denken we dat sommige aanvallen, rampen of oorlogen erger zijn dan anderen. Of met andere woorden, dat onze ellende groter is dan die van onze medemens. Iedereen heeft zijn eigen waarde-oordeel over zijn waarnemingen en we vallen anderen aan als zij gedachten niet met ons delen of willen begrijpen. Wij kunnen dit echter nooit van anderen verlangen. Iedereen kijkt met zijn ogen naar de wereld en beleeft die vanuit zijn emoties van angst en schuld. Dit komt omdat we het gevoel hebben afgescheiden te zijn. We hebben allemaal angst en schuldgevoelens, anders zouden we niet in deze droom lijken te vertoeven. Maar hoe geraken we hier dan uit? Wat is de oplossing?


Wanneer we zouden begrijpen én aanvaarden dat wonderen van toepassing kunnen zijn op onze waarneming van chaos, zouden al onze vergissingen onmiddellijk worden gecorrigeerd én verdwijnen omdat ze onwaar zijn. Wonderen zijn een correctie van onware waarnemingen. Ze herinneren ons eraan dat wat wij waarnemen onwaar is. Het maakt onze vergissingen ongedaan wanneer in we onze denkgeest klaar zijn om te begrijpen én aanvaarden dat de wereld een illusie is en dus onwerkelijk. Wat niet bestaat kan niet worden gebruikt als middel van aanval. Wonderen zijn het middel om ons te herinneren dat vergeving van al onze vergissingen aan de orde is. Alhoewel het wonder nog steeds binnen de grenzen van tijd vertoeft maakt het de weg vrij naar tijdloosheid waardoor we ontwaken in de Liefde van God. Liefde verschijnt wanneer al onze angst-, schuld- en afscheidingsgedachten verdwijnen.


2.  De tweede chaotische wet is er een die zonde-aanbidders nauw aan het hart ligt: “Iedereen moet wel zondigen en verdient

     daarom een aanval en de dood”.


Deze wet ligt iedere zondaar onder ons nauw aan het hart. Deze wet van chaos eist dat vergissingen worden bestraft in plaats van ze te corrigeren. Wanneer we hen die de oorzaak zijn van aanvallen, rampen en oorlogen straffen voor hun daden, dan veroordelen we onszelf en geven we ons daardoor niet de kans om onze onjuist gerichte gedachten in onze denkgeest te vergeven en te corrigeren. We spreken een vonnis uit over anderen én over onszelf. Hierdoor kan er geen vergeving plaatsvinden omdat we overtuigd zijn dat straf voor de dader(s) en onszelf gerechtvaardigd is. Maar denken wij daar bewust zo over? Neen, we plaatsen de oorzaak telkens weer buiten ons en hopen zo gevrijwaard te blijven van het vonnis en de straf die we anderen opleggen. Waarom is het voor ons toch zo moeilijk om in te zien dat er niemand buiten ons is die onze vrede kan verstoren of ontnemen? Omdat we de macht over onszelf buiten ons leggen en denken dat we als Zoon van God vergissingen kunnen maken en daarvoor gestraft moeten worden. Als gevolg daarvan is het moeilijk om te vergeven. Het lijkt nu wel alsof we nooit meer één kunnen worden met God en uit zijn gratie zijn gevallen.


De ene moet veroordeeld worden door de andere, dus lijken ze verschillend en vijanden van elkaar. Het lijkt erop dat de ene (het slachtoffer) zwak is en de andere (de aanvaller) sterk en ze elkaar bestrijden in plaats van zich te verbinden. Angst voor de wraak van God lijkt nu zinnig en werkelijk te zijn gemaakt door wat wij ons, als Zoon van God, onze Schepper hebben aangedaan. Dit bepaalt wat God zou moeten zijn, denken en geloven en hoe hij zou moeten reageren nu Hij dit gelooft. Op deze arrogantie berusten de wetten van chaos. Ze veronderstellen dat er een onherstelbare schade is aangericht tussen God en Zijn Zonen.


3.  De derde chaotische wet lijkt de chaos te vereeuwigen: “Want als God Zich niet vergissen kan, moet Hij het geloof van

     Zijn Zoon in wat hij is wel accepteren en hem daarom haten”.


De angst voor de wraak van God wordt door dit derde principe nog versterkt. Je voelt je nu zo ellendig dat je angst hebt om je tot hem te wenden voor Zijn hulp. Het lijkt erop dat Hij je vijand is geworden en dat een conflict onvermijdelijk is; Gods hulp is voor ons onbereikbaar; en verlossing hieruit haast onmogelijk. Het ego zal ons niet de mogelijkheid bieden om een uitweg te vinden want het verlangt juist naar chaos. Het geeft alleen waarde aan dingen die het kan nemen.


4.  Dit leidt dan tot de vierde chaotische wet die wanneer alle andere wetten van chaos worden aanvaard, wel waar moet zijn:

     “Je gelooft dat je in bezit hebt wat je van anderen genomen hebt”.


Schijnbaar wordt nu dat wat de ander verliest jouw winst en zie je daardoor niet in dat je nooit iets kunt wegnemen, behalve dan van jezelf. Vijanden geven aan elkaar niet vrijwillig en ze willen zeker hun waardevolle dingen niet met elkaar delen. Wat jouw vijanden niet aan jou willen geven moet wel iets begerenswaardig zijn, want ze houden het voor je verborgen. Hierdoor wordt de vijand sterk en wordt jouw aanval gerechtvaardigd voor dat wat je van hem niet gekregen hebt. Als jij jezelf wil redden moet jouw vijand verliezen. De schuldigen verklaren zich onschuldig omdat ze zich tot deze aanval gedwongen voelden door jouw gewetenloze gedrag, anders zouden ze zich veel zachtaardiger hebben voorgedaan. Zachtaardigen kunnen in deze wrede wereld van aanval, rampen en oorlog niet overleven en daarom moeten ze wel nemen of er wordt van hen weggenomen. Het is ‘oog om oog, tand om tand’.


Maar wat is het dan wat wij nog niet gevonden hebben en waar we zo naar verlangen? De vijand heeft het in zich verborgen, het is de liefde van God. Je denkt nu dat Gods Liefde door jouw vijand gestolen is. Hij verbergt het in zijn lichaam en maakt het tot geheime schuilplaats voor dat wat jou toebehoort. Het feit dat je denkt dat je Gods Liefde niet meer bezit, maakt dat je gaat aanvallen om ze terug te krijgen. Dit is de oorzaak van alle aanvallen vermomt als rampen en oorlogen. Je bent nu wel genoodzaakt om lichamen aan te vallen en ook aangevallen te worden. Zijn verraad aan jou verdient de dood zodat jij zal kunnen blijven leven. Je ziet jouw aanval als zelfverdediging. Kun je er echter zeker van zijn, dat wanneer jij hem dood, je dat wat je zo begeert — Gods liefde — ook zult terugkrijgen?


5.  En hier komt de vijfde chaotische wet. Het stelt: “Er is een substituut voor liefde”.


Dit is het magische hulpmiddel dat je van alle pijn zal verlossen. Het is de onbekende factor in je krankzinnige gedachten: het substituut voor Gods liefde moet nu doorgaan voor jouw verlossing. Deze wetten van chaos zijn de wetten waarop jouw gezondheid lijkt te berusten en waaruit jij denkt dat vrede kan voortkomen. Dit zijn principes waarvan je denkt vaste grond onder je voeten te krijgen. En juist hier zoek je naar de betekenis van dit alles. Ben je wel zeker dat je geen waanzin wilt, want die wordt beschermd door het geloof dat de aanvallende wereld werkelijk bestaat?


      En als ze de waarheid is, dan moet haar tegendeel, dat voorheen de waarheid was, nu waanzin zijn. Zo’n omkering,  

      compleet omgedraaid, waarbij waanzin innerlijke gezondheid is, illusies waar zijn, aanval een vriendelijkheid is, haat liefde,

      en moord een zegening, ziedaar het doel dat de wetten van de chaos dienen. Dit zijn de middelen waardoor de wetten van

      God lijken te worden omgekeerd. Hier lijken de wetten van de zonde de liefde gevangen te houden en de zonde vrijuit te

      laten gaan. (T23.II.14:5-8)


      In waarheid functioneert hij niet; maar in dromen, waar slechts schaduwen de hoofdrol spelen, lijkt hij uiterst machtig.  

      Geen enkele wet van de chaos zou tot geloof kunnen dwingen als het niet was door nadruk op de vorm en het negeren van

      de inhoud. Niemand die denkt dat een van deze wetten waar is, ziet wat die stelt. Sommige vormen die ze aanneemt, lijken

      een betekenis te hebben, en dat is alles. (T23.II.16:4-7.)


Ik denk dat het nu wel duidelijk is dat een aanval op je broeders geen liefde kàn zijn en dat hen veroordelen jou ook geen zegen zal brengen. Je kan niemand kwetsen en tegelijkertijd toch worden verlost. Wie kan zich veilig voelen als hij zichzelf aanvalt? Maakt het iets uit of deze vorm van aanval rampen of oorlogen zijn; haat of strijd tegenover je broeder? Het is een oordeel dat jouw zelf ondermijnt omdat het je wil beroven van wie je werkelijk bent. Toch houden we vol dat de wereld slecht is en alsmaar krankzinniger wordt en willen we blijven geloven dat dit waar is. We geloven in deze wetten van chaos want hoe zouden we ze anders kunnen waarnemen?


      Toch geloof je ze omwille van de vorm die ze aannemen en herken je de inhoud niet. Die verandert nooit. Kun je op een

      skelet roze lippen verven, het mooi aankleden, vertroetelen en verwennen en het zo tot leven wekken? En kun je tevreden

      zijn met de illusie dat jij leeft? (T23.II.18:6-9)


Buiten de hemel is er geen leven mogelijk. Elke toestand die daar los van staat is illusie. In het beste geval lijkt het op “een leven” en op zijn slechts op “de dood”, maar het zijn allebei oordelen over wat leven niet is. Buiten de hemel is er alleen conflict en chaos. Dat kunnen we zien in de aanvallen, rampen en oorlogen rondom ons. Het is een zinloze illusie en we moeten stoppen met erin te geloven. Het geloof maakt ze schijnbaar werkelijk. Tenslotte is de wereld een leslokaal waarin we leren dat er niemand buiten ons is, laat staan dat iemand ons zou kunnen aanvallen.


Elke vorm van aanval heeft je uit de hemel weggeleid maar het is elk moment mogelijk om dit alles ongedaan te laten maken door vergeving van je onjuist gerichte gedachten en bereid te zijn om zonder oordeel en met de begeleiding van de Heilige Geest wondergericht te denken.


Wie ben jij? Weet jij, dat je alleen maar een liefdevolle gedachte van God kunt zijn? Geloof je dat? Zo ja, dan stopt oordelen over de wereld en ontvang je het “wonder”. Dan ben je vrij om vredevolle en liefdevolle gedachten in de wereld te projecteren. Jouw wereld zal er helemaal anders gaan uitzien. Zijn er dan geen oorlogen meer? Jawel, die zullen er altijd zijn want: “Zolang nog één enkele 'slaaf' [broeder] de aarde bewandelt, is jouw bevrijding niet compleet”.(T1.VII.3:13) De volledige herstelling van het Zoonschap is het enige echte doel van wondergericht denken.


                                                                                                                                                                                             Reine